Bladluizen

Verschenen in het magazine "Blad" van tuinpark Nieuw Vredelust, aangepaste versie

De aanleiding om een stukje over bladluizen te schrijven was een wilg voor ons tuinhuisje die vol met luizen zat. Ze zitten voornamelijk op jonge bladeren en stengels. Met het blote oog is er weinig meer te zien dan kleine bewegende bolletjes die een paar mm groot zijn. Reden te meer om ze eens onder vergroting te bekijken.

Er zijn wel 1500 verschillende soorten bladluizen en sommige voeden zich met één bepaalde plant (monofaag), anderen leven op verschillende planten (polyfaag). Uit de zeefvaten van de plant zuigen ze het sap dat suikers en aminozuren bevat. Hierbij gebruiken ze hun stekende monddeel, de snavel of rostrum dat lijkt op een stiletto.

Bij de bladluizen in onze wilg ging het waarschijnlijk - en dat is niet zo verrassend - om een wilgenluis (Aphis farinose). Onder vergroting valt op dat deze bladluizen twee witte uitstekende delen op hun achterlijf hebben, zogenaamde siphonen. Vroeger dacht men dat hiermee de honingdauw werd afgescheiden waarop mieren zo dol zijn. Maar in feite wordt met deze buisvormige uitsteeksels een wasachtige substantie uitgescheiden ter verdediging tegen vijanden. De kleur van de siphonen is bij verschillende soorten bladluizen anders. Op hun rugzijde zijn twee rijen witte vlekken te zien; dit zijn wasafscheidingen.

Bladluizen op bladeren van een wilg. De siphonen op het achterlijf en de witte wasafscheidingen zijn duidelijk te zien.

Binnen een kolonie zag ik dat de bladluizen verschillende gedaantes en kleuren hadden, variërend van wit, geel en lichtgroen tot zwart en af en toe zaten er gevleugelde exemplaren tussen.

Ik wilde de volgende dag doorgaan met het bestuderen van de wilgenluizen maar een heftige regenbui had in de nacht de meeste bladluizen weggespoeld. Er zitten vaak bladluizen op rozen en ik ben toen gaan rondlopen op het tuinpark om te kijken of ik die kon vinden. Met succes, want op wat rozen aan de rand van het park zaten bladluizen en ben ik verder gegaan met fotograferen. Dit was waarschijnlijk de gewone rozenluis (Macrosiphum rosae). De bladluizen die op de rozen zaten waren iets groter dan de wilgenluizen. Ook hier zag ik exemplaren met verschillende kleuren. Daarna heb ik ook nog bladluizen op een vlier en op kamille gefotografeerd.

Links: close-up van een bladluis op een roos. Deze bladluis mist een antenne. Rechts: bladluizen op een vlier.

Bladluizen op kamille. Op de foto links is het rostrum te zien waarmee de bladluis in het plantenweefsel steekt.

Techniek

Verschillende microscoop-objectieven zijn als macro-objectiv gebruikt: Zeiss-Winkel 2.5/0.06, Carl Zeiss 3.2/0.07 en Olympus 4/0.10. Het microscoop-objectief wordt via een adapter op de camera aangesloten en het beeld wordt direct op de camera-sensor geprojecteerd.