Bloed

Het komt niet zo vaak voor dat ik bloed bekijk onder de microscoop. Het gebeurt meestal als ik me heb verwond en in de gelegenheid ben om een microscoop erbij te pakken. Na een ongelukkige scheerbeurt handel ik snel zodat ik een preparaat kan maken van een klein druppeltje bloed voordat het indroogt.

Als in het laboratorium bloed microscopisch wordt onderzocht dan gebeurt dat middels een differentiële kleuring. Hierbij worden de verschillende soorten leucocyten (witte bloedcellen) anders aangekleurd en kan op basis van verschil in kenmerken onderscheid gemaakt worden. Voor de differentiële kleuring wordt er van het bloed een dun uitstrijkje op een objectglas gemaakt en vervolgens aan de lucht gedroogd. Hierna volgen fixatie en kleuring volgens May-Grünwald Giemsa. Een voorbeeld van een differentiële kleuring is te zien in afbeelding 1.

Afb.1. Differentiële kleuring van bloed waarbij de verschillende typen leucocyten duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. In de afbeelding zijn een lymfocyt (1), neutrofiele granulocyten (2) en een eosinofiele granulocyt (3) te zien.

Een differentiële kleuring uitvoeren is niet iets voor de beginner. Bovendien moet men zich afvragen wat het doel er van is, vooral ook omdat de interpretatie van een dergelijke kleuring moet worden overgelaten aan iemand met een medische achtergrond en kennis van hematologie. Als amateur kun je de verschillende typen leucocyten zichtbaar maken maar daarna houdt het dan ook op. Het is echter ook heel interessant om vers, ongekleurd bloed  te onderzoeken zonder daar verder conclusies aan te verbinden. Als je vers bloed onder de microscoop bekijkt dan kan het ontdekken van leucocyten een uitdaging zijn. Witte bloedcellen zijn ongekleurd vrij moeilijk te zien en pas met behulp van donkerveld- of fasecontrast microscopie vallen ze echt goed op. Voor het maken van een preparaat van vers bloed wordt een klein druppeltje bloed op een schoon objectglas gelegd en vervolgens wordt hierop een dekglaasje gelegd. Het bloed zal zich langzaam verspreiden onder het dekglaasje. Het is belangrijk om een heel klein druppeltje bloed te gebruiken anders wordt het preparaat te dik en liggen er teveel rode bloedcellen over elkaar heen.

Als je in een preparaat van vers bloed kijkt naar de erytrocyten (rode bloedcellen) dan valt op dat ze een biconcave vorm hebben. In het midden zijn ze dunner dan aan de rand. Door deze vorm wordt zuurstof makkelijker opgenomen en afgegeven. Beter nog dan in een gekleurd preparaat is de vorm van erytrocyten in vers materiaal goed waar te nemen. In veel foto's en films zie je erytrocyten fel rood afgebeeld. In werkelijkheid zijn de afzonderlijke rode bloedcellen helemaal niet zo rood en komt de kleur eerder in de buurt van zalmroze. Wat betreft de leucocyten, sommige daarvan bewegen als een  amoebe. Zelf heb ik dit fenomeen nog niet zo heel lang geleden waargenomen en het is wonderbaarlijk om te zien, zie ook de time-lapse (afbeelding 4), het kan even duren voordat die begint met afspelen.

Afb.2. Preparaat van vers bloed. Bij sommige erytrocyten is de biconcave vorm goed te zien. Tevens zijn er enkele leucocyten (L) te zien.

Afb.3. Links: opname van vers bloed gemmaakt met schuine belichting. Twee witte bloedcellen zichtbaar zijn. Rechts: donkerveld-belichting met in het midden een leucocyt.

Afb.4. Time-lapse van natief bloed waarbij in het midden en uiterst rechts in het beeld een beweeglijke leucocyt te zien is. De bewegingen van de rode bloedcellen zijn passief en worden veroorzaakt door stromingen in het preparaat.

Techniek

Donkerveld beeld bovenaan de pagina, afbeelding 1, 3 en 4: Carl Zeiss apochromaat 40/1.0. Afbeelding 2: achromaat 100/1.25.