Kristallen in planten

In de meeste planten komen kristallen voor die uit calciumoxalaat bestaan en ze worden door een proces genaamd  biomineralisatie gevormd. Er wordt gedacht dat deze kristallen als opslagreservoir voor calcium dienen en dat ze tevens zorgen voor de opslag van giftige afvalstoffen (detoxificatie). De kristallen komen in een verscheidenheid van vormen voor en sommige vormen zijn karakteristiek voor bepaalde plantengroepen. Welke soorten kristallen er voorkomen verschilt tussen monocotyle (eenzaadlobbige) en dicotyle (tweezaadlobbige) planten. Er zijn 3 typen kristallen genaamd drusen, styloiden en raphiden. Deze drie kristalvormen kunnen allen voorkomen in monocotyledonen. Raphiden komen het meest voor en ze hebben de vorm van naalden die vaak in bundels gerangschikt zijn. De fasecontrast opname hierboven laat deze naaldvormige kristallen zien in een preparaat van Dracaena (een geslacht waartoe de Drakenbloedboom behoort). Calciumoxalaat geeft in gepolariseerd licht verschillende kleuren en dat levert mooie beelden op zoals in de volgende foto te zien is.

Ruitvormige calciumoxalaat kristallen in gepolariseerd licht in de epidermis van Dracaena marginata.

Verschillende kristallen van Tradescantia zebrina. Raphiden (links) en styloiden (rechts).

Calciumoxalaat in de vorm van drusen in klimop (links) en styloiden in ui (rechts).

Oxalaat kristallen in cellen van de binnenkant van een erwten-peul. Van links naar rechts gefotografeerd in helderveld belichting, schuine belichting en gepolariseerd licht.

Calciumoxalaat in een blad van Canna. Gefotografeerd met schuine belichting (links) en gepolariseerd licht (rechts).

Techniek

Optiek: Carl Zeiss 40/0.65, Carl Zeiss Apo 40/1.0 en Carl Zeiss Neofluaren 25/0.60, 40/.75 en 63/1.25. De fasecontrast opname bovenaan de pagina werd gemaakt met een Leitz EF 25/0.50 phaco 2.